Zwangerschap

De kans dat er tijdens de zwangerschap iets misgaat, is groter dan bij gezonde vrouwen. Vooral als u bepaalde antistoffen in het bloed heeft of als u ernstige klachten heeft, is het risico verhoogd. Tijdens de zwangerschap krijgt u regelmatig controle.

Invloed zwangerschap op SLE

SE_12_04_23-SLE_80.jpgTijdens een zwangerschap vinden er grote veranderingen in de hormoonhuishouding plaats. In de eerste maanden neemt vooral de hoeveelheid oestrogeen sterk toe. Juist dit vrouwelijke hormoon heeft veel invloed op SLE: de klachten vlammen er vaak door op. Toch worden de klachten maar bij een derde van de zwangere vrouwen met SLE erger. De klachten zijn er vooral in de eerste zes maanden van de zwangerschap.

Bij een derde van de zwangere vrouwen nemen de SLE-klachten juist af. Bij de rest van de vrouwen zijn er geen opvallende wijzigingen in de activiteit van de ziekte.

“Met de mensen in mijn naaste omgeving had ik van tevoren alles goed doorgesproken. Mijn partner was erop voorbereid dat hij extra taken in het huishouden zou krijgen. Mijn vrienden wisten dat ze een aantal maanden niet op me hoefden te rekenen met feestjes en dergelijke. Ook op mijn werk had ik al afspraken gemaakt. Samen met mijn chef en collega’s had ik een constructie bedacht dat ik het rustiger aan kon doen als dat nodig zou zijn. Mijn collega’s zouden dan bepaalde taken van me overnemen. Maar goed, het grappige was dat het allemaal niet nodig was! Ik voelde me helemaal top tijdens mijn zwangerschap!”

Hoe de ziekte zal verlopen tijdens de zwangerschap is niet goed te voorspellen. Wel is het zo dat de kans op het opvlammen van de ziekte kleiner is als de SLE zich in de zes maanden voor de zwangerschap rustig hield. Vandaar dat u het advies krijgt om pas zwanger te worden als de ziekte goed onder controle is en u zes maanden geen tot weinig klachten heeft gehad.

Welke klachten?

Als de klachten verergeren, gaat het meestal om huid- en gewrichtsklachten. Helaas komen ernstiger klachten ook voor. Een verergering van nierklachten komt bijvoorbeeld opvallend vaak voor. Dit is vervelend, omdat u niet alle medicijnen mag gebruiken als u zwanger bent. Daarom is het voor de arts lastig een goede behandeling te vinden. Vaak zijn verschillende onderzoeken nodig om de precieze oorzaak van uw klachten vast te stellen. De klachten van een nierontsteking lijken op die van zwangerschapsvergiftiging, maar beide aandoeningen moeten op een andere manier behandeld worden.

Extra controles

Om zowel het verloop van de ziekte als van de zwangerschap goed in de gaten te houden, wordt u regelmatig opgeroepen voor controle. Daarbij vindt onder meer controle van uw bloed, urine en bloeddruk plaats.

Invloed SLE op zwangerschap

Van tevoren zal uw arts proberen alle risico’s in kaart te brengen. Een zwangerschap is zwaarder voor het lichaam als u ernstige klachten heeft of als u nog andere, bijkomende aandoeningen heeft. Als deze zaken bij u een rol spelen zullen uw arts en uw gynaecoloog u gedurende de zwangerschap extra scherp in de gaten houden.

Eerder is al aangegeven dat ook vrouwen die de antistoffen anti-SSA in hun bloed hebben extra risico lopen. Ook bij vrouwen met het antifosfolipiden-syndroom is het gevaar dat er iets misgaat groter. Hieronder bespreken we tot welke complicaties deze antistoffen kunnen leiden.

Antifosfolipiden-syndroom

Vrouwen met het antifosfolipiden-syndroom hebben een grotere kans op een miskraam in de eerste drie maanden van de zwangerschap. Later in de zwangerschap is het mogelijk dat het kindje komt te overlijden in uw buik. Ook voor de moeder zelf is de zwangerschap niet zonder gevaren. Het risico op trombose is verhoogd.

Maatregelen

Als u het antifosfolipiden-syndroom heeft, moet u gedurende de hele zwangerschap medicijnen gebruiken die ervoor zorgen dat het bloed niet te snel stolt. Meestal schrijven artsen een combinatie van acetylsalicylzuur en heparine voor. Heparine krijgt u via een dagelijkse injectie, u kunt dit zelf toedienen. De kans dat u een gezond kindje krijgt is 70 tot 80 procent.

Als nog niet bekend is dat u het syndroom heeft

Niet iedereen die antifosfolipiden in het bloed heeft, krijgt automatisch deze middelen voorgeschreven. Er moet echt sprake zijn van het antifosfolipiden-syndroom. Als u in het verleden geen klachten heeft gehad, is er officieel pas sprake van het syndroom als u:

  • drie miskramen (in de eerste drie maanden) of een dood kindje in de baarmoeder (in de laatste zes maanden) heeft gehad
  • én de antistoffen kunnen worden aangetoond in uw bloed.

Misschien vraagt u zich af waarom niet iedereen met antifosfolipiden uit voorzorg medicijnen krijgt voorgeschreven. Artsen zijn echter terughoudend met het voorschrijven van acetylsalicylzuur en heparine omdat niet goed duidelijk is wat de gevolgen voor de baby zijn. Bij hoge doses acetylsalicylzuur kunnen er afwijkingen ontstaan bij de baby, zoals een ‘open buikje’. Wel geven steeds meer ziekenhuizen het advies om direct bij de eerste zwangerschap met een lage dosis acetylsalicylzuur te starten, als al bekend is dat u deze antistoffen heeft.

Zwangerschapsvergiftiging

Bij het antifosfolipiden-syndroom kan ook zwangerschapsvergiftiging ontstaan. De bloeddruk gaat sterk omhoog en het lichaam verliest veel belangrijke eiwitten via de urine. Soms houdt het lichaam veel vocht vast en gaan de nieren minder goed werken.

Als er niet tijdig wordt ingegrepen bij zwangerschapsvergiftiging, kan er een levensbedreigende situatie ontstaan – zowel voor de moeder als voor het kind. De moeder kan onder meer te maken krijgen met epileptische aanvallen. Ook werkt de lever soms niet goed mee en worden er grote hoeveelheden rode bloedcellen en bloedplaatjes afgebroken. Omdat de placenta niet goed meer werkt, kan het ongeboren kindje een zuurstoftekort krijgen. Om dit soort situaties te voorkomen, zijn de extra controles zo belangrijk.

Neonatale lupus

Als u anti-SSA (anti-Ro) antistoffen in het bloed heeft, kunnen er bij uw kindje enkele afwijkingen ontstaan. Deze afwijkingen worden samen neonatale lupus genoemd. De belangrijkste kenmerken hiervan zijn huiduitslag en een congenitaal hartblok. Deze kenmerken kunnen apart van elkaar maar ook samen voorkomen.

  • De huiduitslag komt vooral voor op het hoofd en de romp, en bestaat uit rode, cirkelvormige plekken. De plekken ontstaan meestal pas een paar weken na de geboorte. De plekken verdwijnen vanzelf weer binnen drie maanden tot een jaar.
  • Bij een congenitaal hartblok wordt het hartje niet goed aangestuurd. Daardoor gaat het hartje langzamer kloppen en ontstaat er schade aan het hart. Deze schade is blijvend. Alleen in zeldzame gevallen is de schade zo erg dat het kindje eraan overlijdt. Kinderen met een congenitaal hartblok krijgen later vaak een pacemaker. Tijdens de zwangerschap wordt het hartje van uw kind nauwkeurig in de gaten gehouden.

Als kinderen neonatale lupus hebben, betekent dat niet dat ze SLE hebben.

Komt weinig voor

Hoe afschrikwekkend het congenitaal hartblok ook klinkt, de kans dat u ermee te maken krijgt is klein. Slechts twee op de honderd vrouwen met anti-SSA krijgen een kindje met een congenitaal hartblok.

Als uw eerste kindje neonatale lupus heeft, is de kans bij een volgende zwangerschap wel groter. De kans dat ook uw tweede kindje het heeft is dan twintig procent.

“Hoewel ik wist dat de kans op zo’n hartafwijking klein is, gaf het me toch veel stress. Het idee alleen al, dat zoiets kon gebeuren… Ik moest steeds opdraven bij de gynaecoloog, dan ging hij weer naar het hartje luisteren. De dagen voor zo’n afspraak was ik zo gespannen… Hoewel mijn kind gelukkig kerngezond is geboren, heeft die dreiging toch een schaduw over mijn zwangerschap geworpen.”

Anti-SSB

Ook bij aanwezigheid van anti-SSB (anti-La) antistoffen kan neonatale lupus ontstaan. De kans is dan echter nog kleiner.

Bevalling en corticosteroïden

Als u lange tijd corticosteroïden heeft gebruikt, is het lichaam niet goed meer in staat om de aanmaak van het eigen bijnierschorshormoon te regelen. In stress-situaties kan dat problemen opleveren: het lichaam heeft dan extra bijnierschorshormoon nodig, maar het lichaam maakt dat dan niet meer aan.

Een bevalling is een stress-situatie: u levert een zware lichamelijke inspanning. Om een eventueel tekort op te vangen, krijgt u tijdens de bevalling extra corticosteroïden toegediend.