Na de bevalling
Vroeggeboorte
Een groot deel van de kinderen van vrouwen met SLE wordt te vroeg geboren. Dat wil zeggen dat het kindje wordt geboren terwijl de zwangerschap minder dan 37 weken heeft geduurd. Deze kinderen zijn vaak ook kleiner en lichter dan normaal is voor de zwangerschapsduur.
Een kind dat te vroeg geboren wordt, heeft extra zorg nodig. Vaak komt het in de couveuse terecht. Ook moet extra goed in de gaten worden gehouden of alle organen goed op gang komen en of het kindje zich goed ontwikkelt. Daarom moet het kindje vaak een tijdje in het ziekenhuis blijven.
Er zijn verschillende verklaringen voor het feit dat vroeggeboorte zoveel voorkomt bij SLE. De verhoogde kans op zwangerschapsvergiftiging is een belangrijke reden: bij zwangerschapsvergiftiging wordt de zwangerschap vaak vroegtijdig beëindigd met een keizersnee. Maar ook SLE-klachten, met name nierafwijkingen, kunnen tot vroeggeboorte leiden. Ook is bekend dat het gebruik van corticosteroïden (met name prednison) tijdens de zwangerschap tot een vroeggeboorte kan leiden. Natuurlijk is het nooit goed te voorspellen, maar een hoge bloeddruk in de laatste drie maanden van de zwangerschap kan erop wijzen dat uw kindje te vroeg geboren zal worden.
“Natuurlijk was het niet helemaal zoals ik me had voorgesteld. Die eerste week lag onze kleine meid niet in haar eigen wiegje, maar in een couveuse in het ziekenhuis. Ons gezin was niet compleet. Ik was steeds bij haar in het ziekenhuis, mijn man was er natuurlijk wel overdag, maar ’s avonds moest hij gewoon naar huis. Toch heb ik geen vervelende herinneringen aan die tijd in het ziekenhuis. Die verpleegsters zijn zo ontzettend aardig. Ik moest nogal wennen aan mijn nieuwe rol als moeder, maar zij vingen me zo goed op. Daardoor voelde ik me uiteindelijk veel minder onzeker.”
Borstvoeding
Ondanks de SLE kunt u gewoon borstvoeding geven. Houd daarbij wel rekening met uw medicijnen. Stoffen uit de medicijnen kunnen terechtkomen in de moedermelk en dat kan schadelijk zijn voor de baby.
Met uw arts kunt u bespreken welke medicijnen u wel en niet mag gebruiken. Algemene informatie over borstvoeding en medicijnen vindt u in de brochure ‘Lupus. Medicijnen bij zwangerschap en borstvoeding’. Deze kunt u bestellen via de website www.lupusnederland.nl.
Verergering klachten
Bij sommige vrouwen treedt twee tot acht weken na de bevalling een verergering van de SLE-klachten op. Vandaar dat u ook na de bevalling met regelmatige controles te maken krijgt. Meestal gaat het om milde klachten, zoals huid- en gewrichtsklachten.
Uit voorzorg krijgen vrouwen met het antifosfolipiden-syndroom het advies om de injecties met heparine tot zes weken na de bevalling te blijven gebruiken. In deze periode is de kans op trombose namelijk bij alle vrouwen verhoogd. Door het antifosfolipiden-syndroom is dit risico toch al hoger – vandaar het advies.
Erfelijkheid
SLE kan niet rechtstreeks worden overgedragen van ouder op kind. Toch bestaat er een erfelijke aanleg voor SLE. De aandoening komt vaker voor in bepaalde families. Mensen met een erfelijke aanleg hoeven geen SLE te krijgen, alleen de kans dat ze het krijgen is ietsje groter dan bij mensen die deze aanleg niet hebben. Naast een erfelijke aanleg spelen ook andere zaken een rol, zoals hormonen en invloeden van buitenaf.
Uw kind krijgt dus niet automatisch SLE omdat u dat heeft. Mogelijk heeft uw kind wel een iets grotere kans dan andere kinderen op het krijgen van een auto-immuunziekte, zoals SLE of reumatoïde artritis. Echter: de kans hierop is nog steeds klein.
“Op internet las ik dat het maar zelden voorkomt dat twee kinderen uit een gezin allebei SLE krijgen. Er zijn zelfs gevallen bekend van eeneiige tweelingen waarbij het ene kind wel en het andere kind niet SLE kreeg. Daarmee is bewezen dat SLE niet alleen terug is te voeren op een bepaalde afwijking in de genen.”