Onderzoeken
Verschillende onderzoeken
De arts bepaalt aan de hand van de klachten welke onderzoeken er gedaan moeten worden. Allereerst voert de specialist een gesprek met u. Dit gesprek wordt ook wel anamnese genoemd. De informatie die u geeft, helpt de specialist om zich een goed beeld te vormen van uw klachten. De specialist kan u bijvoorbeeld vragen of u zelf bepaalde zaken zijn opgevallen, wanneer de klachten het ergst zijn en of er ziekten in de familie voorkomen.
Door van tevoren over dit soort vragen na te denken, kunt u zich voorbereiden op het gesprek. Door alles duidelijk onder woorden te brengen, helpt u de specialist bij het bepalen van een juiste diagnose en een daarop afgestemde behandeling. Ook hiermee kunt u de specialist helpen bij het stellen van de diagnose:
- Neem een overzicht mee van uw ‘ziektegeschiedenis’: een lijst van voorgaande ziekteperiodes, opnames en bezoeken aan specialisten en dergelijke.
- Neem altijd alle medicijnen mee (in de doosjes, met de bijbehorende bijsluiters) die u gebruikt.
Daarnaast bespreekt de specialist systematisch uw hele lichaam. Hij of zij vraagt naar klachten in alle mogelijke organen. Door ieder lichaamsdeel na te gaan krijgt de specialist zo veel mogelijk informatie. Zaken die u anders misschien niet zou vermelden, komen zo toch boven tafel. Iets waarvan u denkt dat het niet belangrijk is, kan voor de specialist juist een veelzeggend detail zijn. Daarom vraagt de arts ook hoe u zich voelt. Als u bijvoorbeeld last heeft van stemmingswisselingen, vaak vermoeid bent of nogal somber bent, kan dat een aanwijzing voor SLE zijn – al is het natuurlijk ook mogelijk dat het er niks mee te maken heeft.
“Ik ben snel buiten adem. Als ik een trap oploop of moet rennen om de tram te halen, ja… dan heb ik daarna echt even tijd nodig om op adem te komen. Daar heb ik al jaren last van, en eerlijk gezegd verbaast het me niks, want ik rook een pakje per dag. In eerste instantie heb ik er niks van gezegd, maar toen die dokter al die vragen begon te stellen, heb ik het toch maar verteld. Ze begon gelijk driftig in mijn dossier te schrijven.”
Het blijft niet bij één gesprek, u krijgt meerdere vervolgafspraken. Ook als u eenmaal onder behandeling bent, keert u nog regelmatig terug naar het ziekenhuis. Hieronder vindt u een aantal tips waar u uw voordeel mee kunt doen bij deze afspraken.
Tips
- Schrijf van tevoren de vragen op die u tijdens de afspraak wilt stellen. Zo kunt u ze niet vergeten te stellen als het eenmaal zo ver is.
- Neem naar iedere afspraak een schrift mee, hierin kunt u tijdens het gesprek aantekeningen maken. Op deze aantekeningen kunt u later terugvallen. In dit schrift kunt u ook al uw vragen noteren.
- Neem ook een agenda mee om alle afspraken goed te noteren. Zeker in het begin wordt u regelmatig in het ziekenhuis verwacht.
- Zorg dat u al goed geïnformeerd bent voor u een gesprek in gaat. U kunt bijvoorbeeld op internet informatie opzoeken over de onderzoeken die u moet ondergaan. Op de websites www.nvle.org en www.lupusnederland.nl kunt u meer lezen over SLE. Als u goed geïnformeerd bent, krijgt u meer begrip voor wat er in het ziekenhuis gebeurt en weet u beter waar u aan toe bent.
- Het is een lang en soms moeilijk traject dat u gaat afleggen. Neem altijd iemand mee waarop u kunt terugvallen.
- Artsen zeggen wel eens dat de meeste vragen ontstaan tussen spreekkamer en afsprakenbalie. Ook als u thuis bent of met iemand napraat over uw ervaringen in het ziekenhuis kunnen er nog vragen bij u opkomen. Schrijf vragen meteen op in uw schrift. U kunt ze dan op een later moment stellen.
Lichamelijk onderzoek
De specialist voert ook een lichamelijk onderzoek uit. Zo kan hij of zij nagaan of u lichamelijke kenmerken heeft die bij SLE horen. Bijvoorbeeld: rode plekken op de huid, zweertjes in de mond, pijnlijke of gezwollen gewrichten. De specialist beluistert uw hart en longen en voelt of uw lever en milt vergroot zijn. Ook meet hij of zij uw bloeddruk.
Bloedonderzoek
Om de diagnose SLE te kunnen stellen is bloedonderzoek noodzakelijk. Daarom wordt er bloed bij u afgenomen.
Bloed prikken
Een verpleegkundige of een medewerker van het laboratorium neemt een of meerdere buisjes bloed bij u af. Meestal krijgt u hierbij een prik in de arm. De bloedafname duurt een paar minuten, daarna wordt het bloed onderzocht in het laboratorium.
Algemeen bloedbeeld
Allereerst wordt er een algemeen bloedbeeld bepaald. Elektronisch wordt gemeten hoeveel rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes er in het bloed zitten. Afwijkingen van de gemiddelden kunnen veelzeggend zijn.
Bij SLE kan er een tekort aan witte bloedcellen of bloedplaatjes ontstaan. Ook een versnelde afbraak van rode bloedcellen komt voor – dit kan weer tot bloedarmoede leiden. Bloedarmoede kan ontstaan als gevolg van antistoffen die zich tegen de rode bloedcellen richten. Bloedarmoede kan echter ook ontstaan als de nieren niet goed meer werken. In het bloed is zichtbaar wat de oorzaak is.
Soms zijn in het bloed juist veel witte bloedcellen zichtbaar. Witte bloedcellen helpen het afweersysteem, hun aantal neemt dus toe als het afweersysteem erg actief is (zoals bij SLE het geval is).
Ontstekingswaarden
- Uw bloed kan worden onderzocht op de aanwezigheid van het eiwit CRP: C-reactief proteïne.
- Ook kan de bezinking (BSE: bezinkingssnelheid erytrocyten) worden nagegaan: dit geeft aan hoe snel de rode bloedlichaampjes (erytrocyten) naar beneden zakken in een buisje met bloed.
Als de waarden hoog zijn, kan dat wijzen op een ontsteking in uw lichaam. Een belangrijke aanwijzing, want SLE gaat gepaard met ontstekingen.
Auto-antistoffen
Bij mensen met SLE zijn vrijwel altijd auto-antistoffen in het bloed aanwezig, dus afweerstoffen die het eigen lichaamsweefsel aanvallen. Uw bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van verschillende antistoffen. Een overzicht van deze stoffen vindt u in de volgende paragraaf.
Werking organen
Het bloed kan ook iets zeggen over de werking van verschillende organen. Zo is het in het bloed terug te zien als de nieren niet goed meer werken. Ook over de lever is informatie terug te vinden: het bloed bevat bepaalde enzymen die meer informatie kunnen geven over mogelijke schade aan de lever.
Urineonderzoek
De urine geeft ook goede informatie over de werking van de nieren. Daarom wordt behalve uw bloed ook uw urine onderzocht. Te veel eiwit in de urine en de aanwezigheid van rode en witte bloedcellen in de urine kan wijzen op nierontsteking.
“Het meisje dat in mijn eindexamenjaar naast me zat bij Engels – we zaten daar op alfabetische volgorde – ging de hoge laboratoriumopleiding volgen. ‘Wat kan je daar dan mee?’ vroeg ik nog. ‘Laborant worden,’ was haar antwoord. Het leek me onmetelijk saai. In een laboratorium werken? De hele dag een beetje door een microscoop staan turen? Mijn god, waar ze zin in had. Niet bepaald groots en meeslepend… Maar goed, zo dacht ik toen. Nu denk ik daar heel anders over. Ik vind het ongelooflijk wat ze allemaal in je bloed terug kunnen zien. Zo’n laborant kan van alles opsporen… en daar zijn mensen dan ook nog eens ongelooflijk mee geholpen. Ik ben er tenminste wel enorm mee geholpen. Als er geen bloedonderzoek was geweest, dan hadden ze ook nooit kunnen ontdekken wat er met mij aan de hand was. Met terugwerkende kracht ben ik toch heel anders over dat meisje gaan denken. Van de week heb ik zelfs contact met haar gezocht via Facebook… ik ben benieuwd of het haar gelukt is om ook echt laborant te worden!”
Aanvullend onderzoek
Misschien zijn er in uw situatie nog andere onderzoeken nodig. Als u geregeld last heeft van gewrichtsontstekingen laat de specialist röntgenfoto’s en soms een CT-scan of een MRI-scan maken: zo kan hij of zij de gewrichten beter bekijken. Als u pijn op de borst heeft kan de arts een hartfilmpje of een röntgenfoto van uw borst laten maken. Met een MRI-scan kan worden onderzocht of de doorbloeding in de hersenen goed is.
Ook een biopsie kan bijdragen aan de diagnostiek. Bij een biopsie wordt er een stukje weefsel weggenomen, zodat dit kan worden onderzocht in het laboratorium. Met name een huidbiopsie wordt vaak gedaan, om na te gaan of de huidafwijkingen bij SLE passen. Als op grond van urine- en bloedonderzoek aan een nierontsteking wordt gedacht, is een nierbiopsie nodig. De uitslag is dan bepalend voor het soort behandeling.
Dit zijn slechts een paar voorbeelden van onderzoeken waarmee u te maken kunt krijgen. Uw arts zal u uitgebreid informeren over het hoe en waarom van deze onderzoeken. Vraag om meer informatie als iets u niet duidelijk is.
“Bij mij is er een nierbiopsie gedaan. Met een lange holle naald halen ze dan een stukje uit de nier. Geen pretje, maar daardoor konden ze wel beter onderzoeken wat er aan de hand was.”